Vroeger was alles anders. Maar ja, vroeger is best lang geleden, zeker als we het over pensioen hebben. Vroeger had de man een pensioen omdat hij minstens 40 jaar bij een werkgever had gewerkt, werkte de vrouw niet, bleven man en vrouw doorgaans hun hele leven bij elkaar en overleed de man eerder dan de vrouw.

Het pensioen was vroeger dan ook meestal heel overzichtelijk. De man had een AOW-uitkering, tot 1985 ontving de man de uitkering ook voor zijn vrouw en de man had een pensioen van zijn enige werkgever. Zijn vrouw ontving een nabestaandenpensioen van de werkgever van de man. Maar vroeger hè, vroeger.

Nu is heel veel anders

Nu is het (bijna) allemaal anders. Beide partners werken, al dan niet in deeltijd. Papadagen en sabbaticals om ‘jezelf weer terug te vinden’, kwam daar vroeger maar eens mee aan. Een deel van de Nederlandse werkenden hobbelt van baan naar baan, al dan niet noodgedwongen. Allerlei vormen van flexibele arbeid nemen hand over hand toe; in 2020 waren er rond de 1.1 miljoen Nederlanders ZZP’er waarvan het grootste deel zonder pensioenopbouw. Een op de drie huwelijken strandt in een echtscheiding.

Pensioenstelsel moeten we aanpassen

Het Nederlandse pensioenstelsel past steeds minder goed bij de arbeidsmarkt en maatschappij van vandaag. Dat het Nederlandse pensioenstelsel moet worden aangepast aan de wereld van vandaag staat eigenlijk niet ter discussie.

En toch. Toch wordt er al zo lang over veranderingen gesproken, al jarenlang en door alles en iedereen. Want, zoals het vaak bij veranderingen gaat, dat er wordt veranderd is het probleem niet. Hoe er wordt veranderd, daar wringt de schoen. Het beste van het pensioenstelsel moet worden bewaard voor de volgende generaties. Want het Nederlands pensioenstelsel is het ‘beste’ van de wereld. Tegelijkertijd moet het stelsel zekerheid bieden en houdbaar zijn, moet het uitlegbaar, begrijpelijk en logisch zijn. Mag niemand erop achteruitgaan en moet het iedereen tevredenstellen.

De gulden middenweg

En last, maar zeker niet least, het moet betaalbaar blijven of weer betaalbaar worden. Betaalbaar, dat is een hele lastige. Het is zoals ik een vakantie voor ons gezin uitzoek. Vink ik het hele wensenlijstje van mijn man, mijn dochter en mijzelf aan, dan kom ik op totaal onbetaalbare of gewoonweg niet bestaande vakanties uit. Ga ik uit van dat het ‘allemaal niet te veel mag gaan kosten’ dan kom ik tot de conclusie dat we dan maar beter thuis kunnen blijven. Het is de middenweg. De middenweg tussen betaalbaar en toch voldoende vinkjes op het wensenlijstje zodat iedereen terugkijkt op een betaalbare topvakantie.

(Te)veel wensenlijstjes

Voor pensioen is de middenweg tussen betaalbaar en een flink aangevinkt wensenlijstje nog heel veel ingewikkelder. Alle stakeholders, van vakbonden tot werkgeversorganisaties en van overheid en politiek, van pensioengerechtigden tot jonge deelnemers en pensioenverzekeraars tot pensioenfondsen hebben hun eigen wensenlijstjes. En uit al deze wensenlijstjes en allerlei wetgeving waar ook nog rekening mee zal moeten worden gehouden moet een pensioenstelsel ontstaan wat iedereen tevredenstelt en dat weer voor jaren meekan. We zijn aardig op weg met elkaar, maar dat het niet snel gaat is eigenlijk best verklaarbaar.

OR/net.nl (klik hier)

Terug naar het nieuwsoverzicht