Montae & Partners -De OR en pensioen, wie hoort wat te doen?Montae & Partners -De OR en pensioen, wie hoort wat te doen?

De OR en pensioen, wie hoort wat te doen?

In pensioentrajecten wordt de meeste aandacht van ondernemingsraden (gelukkig) aan de inhoud besteed, maar als er discussies ontstaan over de medezeggenschapsverdeling zijn deze vaak verstorend voor het verdere proces. In dit artikel gaan wij in op het belang van een juiste medezeggenschapsverdeling en het belang van een juiste vastlegging van die verdeling.

Complexe verdeling van bevoegdheden, een voorbeeld:

Een Nederlands bedrijf heeft een centrale ondernemingsraad, samengesteld uit de ondernemingsraden van de verschillende bedrijfsonderdelen. Er zijn meerdere pensioenregelingen. De werkgever is vrijwillig aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Een deel van de medewerkers heeft aanvullend nog een pensioenregeling uitgevoerd door een verzekeraar omdat zij een salaris hebben dat hoger is dan het salaris waar het pensioenfonds rekening mee houdt, dit zijn de excedentregelingen. Daarnaast is er nog een ondernemingspensioenfonds. Hier wordt geen premie meer aan betaald, maar er zijn nog veel medewerkers die ook daar een deel van hun pensioenaanspraken hebben. Tenslotte zijn er nog een aantal pensioenregelingen van de tijd voor het bedrijfstakpensioenfonds. Deze zijn nog steeds belangrijk omdat een flink deel van de medewerkers, die al langere tijd bij het bedrijf werken, daar de meeste pensioenaanspraken hebben. In het totaal zijn er vier verschillende pensioenregelingen waar rekening mee moet worden gehouden.

De verschillende ondernemingsraden en ook de vereniging van gepensioneerden spreken elk afzonderlijk met de ondernemer over de diverse niet-pensioenfondsregelingen, de vakorganisaties zijn de gesprekspartner voor de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds en het bestuur van het pensioenfonds spreekt met de ondernemer over de situatie in het gesloten pensioenfonds.

Deze casus illustreert dat er veel verschillende partijen betrokken kunnen zijn bij een pensioenvraagstuk. Gelet op de aankomende wijzigingen in het pensioenstelsel in Nederland, zal pensioen meer dan eens een onderwerp van gesprek worden. De vraag die dan aan de verschillende overlegtafels met regelmaat terug zou kunnen keren is hoe de medezeggenschapsverdeling eruit ziet. Met andere woorden; hoe zijn de taken en bevoegdheden verdeeld over alle verschillende stakeholders? Onze ervaring is dat dit in allerlei dossiers lang niet altijd helder is en tot veel (en met regelmaat onnodige) discussies en onduidelijkheid leidt. Deze discussies leiden tot onderlinge irritaties en zijn vaak zonde van de tijd. Los daarvan leidt het af van het uiteindelijke doel van het overleg; een voor iedereen betaalbare pensioenvoorziening die het beste biedt voor de werknemer.

Algemeen kader pensioen
De meeste werkgevers in Nederland zijn verplicht aangesloten bij een pensioenfonds. Dit kan een bedrijfstakpensioenfonds zijn. Daarnaast zijn er ondernemingspensioenfondsen waar een of daaraan gelieerde werkgevers de pensioenregeling hebben ondergebracht.

Er zijn mogelijkheden om -ondanks het verplicht gestelde karakter- toch een eigen pensioenregeling te voeren. In dat geval heeft de werkgever een vrijstelling van het bedrijfstakpensioenfonds nodig. De werkgever mag dan zijn “eigen” pensioenregeling voeren mits deze voor de werknemer geen nadelige gevolgen heeft.

Ook kunnen werkgevers vrijwillig bij een pensioenfonds aansluiten. In dat geval heeft de werkgever de mogelijkheid om zelf te bepalen of hij nog wel aangesloten wil blijven. In sommige gevallen kan worden aangegeven hoe de pensioenregeling er uit moet zien.

Tenslotte kan een werkgever niet bij een pensioenfonds maar bij een verzekeringsmaatschappij pensioen opbouwen. Dit geldt voor circa 1.5 miljoen werknemers van circa 60.000 Nederlandse werkgevers.

Verdeling van medezeggenschap
De ondernemingsraad heeft ten aanzien van het onderwerp pensioen op grond van artikel 27 lid 1 sub a) WOR een instemmingsrecht. Het instemmingsrecht is van toepassing op verzekerde regelingen maar bijvoorbeeld ook op een ondernemingspensioenfonds of een Algemeen pensioenfonds (APF). Een uitzondering geldt voor pensioenovereenkomsten die zijn ondergebracht in bedrijfstakpensioenfondsen. In dat geval worden werknemers vertegenwoordigd door de vakbonden en heeft de ondernemingsraad geen instemmingsrecht.

Verder is het voor de medezeggenschapsverdeling van belang dat het instemmingsrecht van de ondernemingsraad enkel ziet op de “arbeidsvoorwaarde” pensioen. Dit betekent dat de ondernemingsraad bijvoorbeeld geen invloed heeft op de pensioenuitvoerder die de ondernemer kiest. Omdat het in de praktijk nog wel eens voorkomt dat niet in de pensioenovereenkomst maar in de uitvoeringsovereenkomst (tussen ondernemer en pensioenuitvoerder) zaken worden geregeld met betrekking tot de arbeidsvoorwaarde pensioen, bepaalt artikel 27 lid 7 WOR dat de ondernemingsraad in dat geval ook een instemmingsrecht heeft over (delen van de) uitvoeringsovereenkomst.

Wanneer er een centrale ondernemingsraad (of een groepsondernemingsraad) is, heeft de centrale ondernemingsraad in de meeste gevallen ook betrokkenheid in het pensioenvraagstuk. De centrale ondernemingsraad heeft bevoegdheden wanneer het gaat om gemeenschappelijke aangelegenheden van de ondernemingen. Hiervan is bij pensioen al snel sprake. Bevoegdheid van de centrale ondernemingsraad op het pensioendossier betekent dat de ondernemingsraden van de verschillende bedrijfsonderdelen hun bevoegdheid voor dit onderwerp aan de centrale- ondernemingsraad hebben overgedragen, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.

De verdeling van de medezeggenschap is niet altijd helder en hangt af van de situatie. De bovenstaande uitgangspunten kunnen worden gebruikt om helderheid te krijgen over de medezeggenschapsverdeling. Daarbij moet echter ook rekening worden gehouden met eventuele afwijkende schriftelijke afspraken uit het verleden.

Vastlegging medezeggenschap
Op welke manier kan er voor worden gezorgd dat de verhoudingen tussen de diverse belanghebbenden prettig blijven en de aandacht uitgaat naar de inhoud van de pensioenvoorziening? Het opstellen van een overeenkomst tussen alle partijen, het goed vastleggen van de rolverdeling.

De ondernemer en de ondernemingsraad kunnen met verwijzing naar artikel 32 lid 2 WOR in een schriftelijke ondernemingsovereenkomst specifieke afspraken over de verhoudingen ten aanzien van het onderwerp pensioen maken. De ondernemingsovereenkomst mag ook bovenwettelijke instemmingsrechten bevatten, waardoor de ondernemingsraad extra bevoegdheden in het kader van pensioen kan krijgen. Op grond van artikel 36 WOR kan door de ondernemingsraad nakoming van deze afspraken worden gevorderd. Hierdoor is een ondernemingsovereenkomst een duidelijk en afdwingbaar middel om vooraf goede afspraken te maken. Door het sluiten van een ondernemingsovereenkomst groeit de betrokkenheid van de ondernemingsraad en is het mogelijk dat de ondernemingsraad als voornaamste gesprekspartner kan fungeren.

Uiteraard is het bij een dergelijke complexe verdeling van bevoegdheden, zoals in het voorbeeld uiteengezet, wenselijk om met zoveel mogelijk betrokken partijen gezamenlijke afspraken te maken over de bevoegdheden. Partijen kunnen afspraken over de verdeling van bevoegdheden in een gezamenlijk convenant overeenkomen. Hierdoor wordt vooraf duidelijkheid gecreëerd en kan aandacht worden besteed aan de inhoud van de pensioenvoorziening, in plaats van een discussie welke partij wel of niet bevoegd is.

Conclusie
Door een flinke trits aan mogelijke stakeholders is het niet lang niet altijd helder hoe de verdeling van de medezeggenschap in het pensioendossier is. Dit kan tot vervelende discussies leiden. Deze discussies leiden af van waar het werkelijk zou moeten gaan, een pensioenregeling waar zowel werkgever als werknemers zich in kunnen vinden. Het is dan ook raadzaam om de medezeggenschapsverdeling in kaart te brengen en goed vast te leggen.

Inge Bakker, Senior Adviseur Medezeggenschap Montae & Partners en Julien Blok, Advocaat Pallas Advocaten

Publicatiedatum: 6 juni 2023