Door: Hans Kennis

Het nieuwe pensioenstelsel kan pas in 2027 met een ‘big bang’ echt ingaan kopte het Financieel Dagblad op 11 mei 2020. De variant van een big bang zou momenteel uitgewerkt worden door werkgevers, werknemers en het kabinet. Tijd om achterover te leunen of moet je als ondernemingsraad eerder aan de slag? In dit artikel schetsen we de gevolgen ven de mogelijkheden die het pensioenakkoord biedt.

Het pensioenakkoord heeft gevolgen voor alle werkgevers en alle werknemers in Nederland. Ja, u leest het goed: alle werkgevers en werknemers. Veel ondernemingsraden zullen er mee te maken krijgen. Sommigen zullen aan de bak moeten omdat de pensioenregeling tot het instemmingsrecht behoort anderen zullen als deelnemer van een pensioenfonds het akkoord ondervinden.

Belangrijke wijzigingen

In juni 2019 is er een pensioenakkoord gesloten tussen het kabinet en de sociale partners (werkgevers- en werknemersverenigingen). Op het moment dat we dit artikel schrijven, is er bijna een jaar verstreken en zijn er al een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Heeft u er wat van gemerkt? Ben u bezig met uw nieuwe pensioentoekomst?

Waarom een pensioenakkoord? Het kabinet Rutte III heeft onder aanvoering van D’66 minister Wouter Koolmees de wijziging van het pensioenstelsel tot een speerpunt gemaakt.Volgens de minister is een nieuw pensioenstelsel noodzakelijk omdat het huidige stelsel:
1) het effect van de vergrijzing niet kan opvangen.
2) een te grote mate van herverdeling heeft.
3) een gebrek aan maatwerk en gebrek aan keuzes kent
4) niet uitlegbaar is en weinig vertrouwen onder de burgers meer kent

AOW-leeftijd stijgt minder hard

Een wijziging die al is ingegaan en die u vast niet is ontgaan, is de langzamere stijging van de AOW-leeftijd. De huidige AOW-leeftijd van 66 jaar en 4 maanden wordt bevroren tot eind 2021. Daarna gaat de AOW-leeftijd in stappen omhoog naar 67 in 2024. Een jaar geleden zou deze AOW-leeftijd van 67 jaar al in 2021 zijn bereikt. Voor veel mensen is dit fijn, want hierdoor krijgen ze eerder dan verwacht hun AOW. Maar wat als de ontslagdatum is gelijkgesteld met de AOW-leeftijd? Dan nemen de betrokken werknemers dus in principe ook eerder afscheid van het bedrijf. Is het prettig dat deze collega’s eerder vertrekken? Willen deze collega’s eerder vertrekken?

Voor de periode na 2024 zijn er afspraken gemaakt over de koppeling van de levensverwachting aan de AOW-leeftijd. Voor het pensioenakkoord was deze koppeling 1 op 1. Vanaf nu is deze 1 op 2/3. Ofwel, als de levensverwachting met 1 jaar toeneemt moet er 8 maanden langer worden gewerkt.

Middelloonregelingen worden aangepast

Bij middelloonregelingen spreken we over (bijna) gegarandeerde aanspraken. In het nieuwe stelsel spreken we over een pensioenambitie waarbij de uitkomsten enigszins onzeker zijn. Zo zal er bij pensioenfondsen moeten worden gekozen uit twee nieuwe pensioencontracten: een collectief contract met uitgebreide risicodeling en een collectief contract met beperkte risicodeling.

In het collectieve contract met uitgebreide risicodeling wordt een premie direct omgezet in een voorwaardelijk pensioen. In het contract met beperkte risicodeling wordt de leeftijdsonafhankelijke premie gestort in een persoonlijke pensioenpot. Rendementen worden ook toegevoegd aan deze pot. Er zal in beide contracten worden gesproken over een beschikbaar gestelde premie. Er wordt dus niet meer gesproken over een opbouw in enig jaar maar over een beschikbaar gestelde premie.

Een premieregeling voor iedereen

Nu we niet meer spreken over een middelloonregeling maar over een premieregeling is het belangrijk te weten hoe hoog deze premie wordt. Veel werkgevers hebben al een (beschikbare) premieregeling en denken waarschijnlijk dat er voor hen niets zal veranderen. Niets is minder waar. De premie die beschikbaar wordt gesteld, moet namelijk voor iedereen dezelfde zijn. Jongeren en ouderen gaan dezelfde premie krijgen. Dit is een grote wijziging want in bijna alle premieregelingen is de inleg voor ouderen hoger dan voor jongeren. De gedachte hierachter is dat jongeren de premie langer kunnen beleggen dus ook minder inleg nodig hebben om hetzelfde resultaat te behalen. In het nieuwe stelsel krijgt iedereen een premieregeling waarbij jongeren (indirect) meer gaan opbouwen dan de ouderen. We noemen dit degressieve opbouw, hoe ouder je bent hoe minder je opbouwt. Onthoud die term, want die zult u de komende jaren meer gaan horen.

Begrijpelijker nabestaandenpensioen

In 99% van de pensioenregelingen in Nederland is het nabestaandenpensioen afhankelijk van het inkomen, het aantal gewerkte jaren, het aantal te werken jaren en het opbouwpercentage. Hoe dit exact werkt, weet bijna geen enkele werknemer en ook veel werkgevers moeten het juiste antwoord vaak schuldig blijven. In het pensioenakkoord is afgesproken dat standaardisering en verbetering van de begrijpelijkheid noodzakelijk zijn. De komende periode zal worden onderzocht wat hiervoor de beste oplossing is.

Meer flexibiliteit

Omdat het nieuwe stelsel uitgaat van een premieregeling is flexibilisering relatief eenvoudig. Met deze flexibilisering zal rustig worden gestart, maar naar mijn mening biedt die veel ruimte voor de verdere toekomst. Zo wordt het mogelijk om eenmalig 10% waarde van het ouderdomspensioen op de pensioendatum uit te laten keren. Daarnaast denkt het kabinet na over de mogelijkheid om met pensioengeld de hypotheek af te lossen en zouden mensen zelf keuzes moeten kunnen maken voor een duurzamer en groener pensioen.

Vervroegd uittreden vanaf 2021

Vanaf 2021 wordt het financieel makkelijker om vervroegd uit te treden. Vanaf 1 januari 2021 is het namelijk mogelijk dat er maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd over een inkomen van maximaal EUR 21.200 bruto per jaar geen boete op vervroegd uittreden (RVU-heffing) meer wordt geheven. Dit biedt mogelijkheden voor werknemers met een zwaar beroep en een lager inkomen om toch eerder te stoppen met werken. Het idee achter dit bedrag is dat dit gelijk is aan de netto AOW die men nog niet ontvangt. Het vervroegen van het pensioen in combinatie met deze “AOW-inbouw” kan voor veel werkgevers een interessante optie zijn om eerder uittreden te faciliteren. De eerste cao-afspraken over deze EUR 21.200 zijn inmiddels gemaakt. Onderhandel je als ondernemingsraad over arbeidsvoorwaarden en wil je van deze mogelijkheden gebruik maken ga dan tijdig aan de slag, want het is mogelijk vanaf 1 januari 2021. Deze fiscale versoepeling geldt tot eind 2025.

Wanneer gaat dit alles in?

De aanpassing van de AOW-leeftijd is al ingegaan. De nieuwe mogelijkheid tot vervroegde uittreding gaat in per 1 januari 2021. Maar ook het tijdelijk aanpassen van de rekenregels voor pensioenfondsen waardoor de premie (nog) niet stijgt en de pensioenen (nog) niet afgestempeld hoeven te worden, zijn onderdeel van het pensioenakkoord. Er zijn enkele werkgroepen die het pensioenakkoord dit jaar verder uitwerken. Bij het sluiten van het pensioenakkoord in 2019 was het idee om de wetgeving in 2021 aan te passen. Vervolgens zou per 2022 de nieuwe regeling ingevoerd kunnen worden met de bijbehorende overgangsregeling(en). Volgens het Financieele Dagblad op 11 mei 2020 is het echter ook mogelijk dat er gekozen wordt voor een ‘big bang’ in 2027.  

Nu al aan de slag?

Een nieuw stelsel duurt nog een aantal jaren. Toch zien we werkgever nu al anticiperen op het nieuwe pensioenstelsel. Een vlakke premieregeling kan immers nu ook al ingevoerd worden. Zo kan er op dit moment aan een 21-jarige meer dan 20% van de pensioengrondslag aan premie inleg worden toegezegd. Daarnaast staat duurzame inzetbaarheid hoog op de agenda. Dit jaar komt de minister met voorstellen en het daarbij behorende geld zodat bedrijven het duurzame inzetbaarheidsbeleid (beter) kunnen inrichten. En wellicht wilt u als ondernemingsraad de zware beroepen vanaf 2021 ontzien. Een goede oplossing is dan om 3 jaar voor de pensioendatum te stoppen zonder dat er een RVU-boete geldt.

Heeft u vragen of wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met Hans Kennis: Hans.Kennis@montaepartners.nl

Terug naar het nieuwsoverzicht